Visie Huiswerk

Huiswerk = zelfstandig leren en plannen

Op onze school geven we aan alle kinderen van de lagere school huiswerk. Dit heeft grote voordelen. Kinderen die huiswerk maken, oefenen thuis met de vaardigheden die ze in de les hebben opgedaan. Zo onthouden en begrijpen ze de leerstof beter. Ook bevordert het de verwerking van informatie en leren kinderen kritischer nadenken.

Toch vinden we het ook heel belangrijk dat kinderen voldoende tijd moeten krijgen om kind te zijn, om te spelen, om de batterijen weer op te laden.

  • Het doel van huiswerk
  • Huiswerk brengt een stukje school mee naar huis. Kinderen voelen zich ondersteund als ouders interesse tonen voor het schoolleven. Als ouder is het mooi meegenomen dat men zicht heeft op wat je kind leert en kan.
  • Huiswerk zorgt voor uitbreiding van de leertijd. Het inoefenen, automatiseren, herhalen en verdiepen van de leerstof draagt bij tot het vastzetten van de leerstof. Voortaken kunnen een motiverende aanzet zijn.
  • Huiswerk leert kinderen zelfstandig te werken. Door huiswerk kunnen kinderen groeien tot zelfstandige leerders, planners en werkers. Dit is van fundamenteel belang om het later ergens te brengen, op welk vlak ook.
  • We onderscheiden 4 soorten huiswerk:
  • leerstof voorbereiden
  • leerstof inoefenen
  • leerstof verwerken (bv. een project)
  • leerstof toepassen in een nieuwe situatie
  • Geleidelijke opbouw
  • In het eerste en tweede leerjaar verwachten we actieve hulp van de ouders bij het huiswerk. Denk maar aan het inoefenen van het leren lezen, splitsoefeningen, maaltafels… Een werkblaadje over geziene leerstof, zou dan weer zelfstandig gemaakt moeten kunnen worden.

Concreet betekent dit voor:

  • Het 1ste leerjaar: elke dag lezen (10-15 min.) en splitsoefeningen, één mag-taak per week, vrijblijvend taken op bingel.
  • Het 2de leerjaar: elke dag lezen (10-15 min.) en maaltafels inoefenen, 1 à 2 blaadjes per week van rekenen en schrijven of bingeltaken waar ze de hele week de tijd voor krijgen (zelf in te leren plannen).
  • In het derde en vierde leerjaar gaat je kind het huiswerk zelf leren plannen d.m.v. weektaken. Hier wordt begeleiding aangeven in de klas, maar ook als ouder heeft u hierin een belangrijke rol (zie tips).

Concreet betekent dit voor:

  • Het 3de leerjaar: tot aan de herfstvakantie elke dag lezen en maaltafels inoefenen, daarna starten met 2 weektaken (werkblaadje, Bingel, Scoodle…) waar ze van maandag tot maandag de tijd voor hebben, grote toetsen worden een week van te voren meegedeeld en de eventuele toetsenwijzer en lesboeken worden meegegeven.
  • Het 4de leerjaar: 3 weektaken (werkblaadje, Bingel, Scoodle…) waar ze van maandag tot maandag de tijd voor hebben, grote toetsen worden een week van te voren meegedeeld en de eventuele toetsenwijzer en lesboeken worden meegegeven.
  • In het vijfde en zesde leerjaar gaat je kind leren leren/plannen ter voorbereiding op het secundair onderwijs. Op deze manier creëert je kind een werkhouding ook buiten de klas.

Concreet betekent dit voor het 5de en het 6de leerjaar: elke dag leerstof inoefenen, 3 weektaken (werkblaadje, Bingel, Scoodle…) waar ze van maandag tot maandag de tijd voor hebben, grote toetsen worden een week van te voren meegedeeld en de eventuele toetsenwijzer en lesboeken worden meegegeven.

  • Huiswerk op maat

De bedoeling is dat jouw kind huiswerk krijgt op maat, zodat het zinvol en haalbaar is. Dit sluit aan bij onze werking in de klas.

  • Hoe kan je als ouder motiveren

Als ouder is het belangrijk dat je jouw kind aanmoedigt en steunt. Het is de bedoeling dat een kind zonder al te veel hulp aan de slag kan. Je hoeft als ouder het huiswerk niet te verbeteren. Indien jullie ondervinden dat uw kind te lang aan het huiswerk bezig is/het huiswerk te moeilijk was, … lezen we dit graag in de agenda of op het huiswerkblad

Enkele tips:

  • Kijk dagelijks de agenda na voor eventuele taken.
    Via de agenda kan je als ouder en leerkracht met elkaar gemakkelijk communiceren.
  • *Plan het werk van je kind in functie van hobby’s, naschoolse opvang…
  • *Laat je kind eerst ontspannen.
  • *Kies samen een begin en – eindmoment.

We schatten voor:

⇒ de eerste graad: maximum 20 minuten

⇒ de tweede graad: maximum 30 minuten

⇒ de derde graad: maximum 40 minuten

  • *Zorg ervoor dat je kind niet gestoord kan worden.
  • *Ga zelf ook aan de slag, maar blijf in de buurt als je kind iets wil vragen.
  • *Moedig je kind aan en zeg hoe goed het bezig is.